Data, dialoog en doen

Data, dialoog en doen zijn de drie D’s van goed datagebruik. Het houdt in dat je je team bij de analyse betrekt en erover spreekt. Dat leidt later tot goede acties.

Een organisatie in de eenentwintigste eeuw (het is een beetje vreemd om dat zo te blijven benoemen, maar helaas is het denken van de twintigste eeuw vaak nog realiteit) kan niet anders dan een studie te doen van beschikbare data.

Data is big business en veel geld waard. Maar als je er niets mee doet, is dat verspilling. Het is essentieel om in je eigen beschikbare data “rode vlaggen” of zelfs “alarmsignalen” te onderkennen. Als de data een probleem aantonen, is het goed om daarop in te zoomen. Misschien is er niets aan de hand, maar misschien ook wel. Als je zo’n probleem vroeg detecteert, is er vaak nog iets aan te doen.

Welke data verzamel je?

Heel wat instanties (de ‘digitaal Vlaanderen’, VDAB …) deden een grote inhaalbeweging waardoor bruikbare data online overal voorhanden is. Naast externe data bezit de eigen organisatie ook een schat aan beschikbare data. Soms is het zaak om die data gewoon te zoeken, maar zonder plan blijft dat vaak een doelloze onderneming.

Onderzoeksdaden vragen een plan, een schema waarin je activiteiten zorgvuldig plant. Immers, jezelf verliezen in data zoeken en analyseren is een reëel gevaar. Vaak eindigt zo’n doelloos zoeken na een ochtend werken zonder bruikbaar resultaat. Vroeger, in de prille start van datagebruik in het onderwijs, was het vaak op die manier. Er waren geen goede databanken en daardoor waren we genoodzaakt om “monsterexcels” aan te leggen. Daarin zaten bijvoorbeeld gegevens van leerlingen van verschillende schooljaren.

Als je die databank goed onderhoudt, kan je na verloop van tijd prachtige onderzoeken uitvoeren. Dat is heel arbeids- en tijdsintensief. Deze manier van werken is sinds de komst van de GDPR niet meer mogelijk. Begrijpelijk, maar ook jammer. Begrijpelijk, want als de data in verkeerde handen valt, is het einde zoek. Jammer, want nu is het veel moeilijker om longitudinale studies uit te voeren. Je kunt immers niet meer inzoomen op geanonimiseerde data, wat in sommige gevallen nuttig kan zijn om beter te begrijpen wat er aan de hand is.

Welke soorten data zijn er?

Het is goed om onderscheid te maken tussen “harde” en “zachte” data. Harde data is cijfermateriaal allerhande. Zachte data komt voort uit bijvoorbeeld bevragingen en interviews. Beide vormen van data zijn nodig, om niet te vervallen in ongenuanceerde conclusies. Om beide vormen van data samen te brengen, is er een eenvoudige manier uit de zorg:

Data – dialoog – doen (de drie D’s)

Data zonder dialoog, is maar data. Interessanter wordt het als over de data een dialoog kan ontstaan met alle betrokkenen. Je betrekt de resultaten van zowel harde data (de rode vlaggen) als de zachte data (de perceptiewaarnemingen, belevingen en interpretaties). De dialoog zorgt ervoor dat de data kleur en diepte krijgen. Een initiële ‘rode vlag’ is misschien geen rode vlag, en een duidelijke rode vlag, is misschien eerder ‘geel’. Zo is rijker beleid mogelijk. Data alleen is slechts zelden bruikbaar en koud van temperatuur.

Data met dialoog die niet leidt tot actie, tot doen, is ook niet wat een gezonde organisatie kenmerkt. Je steekt veel tijd en energie in het vinden en analyseren van de harde en zachte data en na intense dialoog in de organisatie is er eensgezindheid over “het probleem”. Eens het beeld van data en dialoog kleur en diepte heeft gekregen, is het noodzakelijk om over te gaan tot actie. Om doelstellingen te bepalen en er concrete actie aan te koppelen. En die acties uit te voeren. Om actieplannen te ontwikkelen en er volledig voor te gaan.

De drie D’s bieden een eenvoudig model om om te gaan met data. Zo is verandering mogelijk, en verbetering.

Welk aanpak vind jij handig?

Lees meer: Perceptie werkelijkheid en data

Ik ben benieuwd naar jouw reactie! Deel ze hier.

Thema: Baskerville 2 door Anders Noren.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: